Aan de deelnemers van SGR:

Bron: | 24-01-2012

Nadat SGR had besloten om de artikelen 3 en 13 van het deelnemersreglement SGR met ingang van 1 februari 2010 te wijzigen, hebben enige reisorganisatoren voor wie die wijzigingen zouden gaan gelden, bij de rechtbank Rotterdam een kort geding aanhangig gemaakt dat zich onder meer richtte tegen de invoering van artikel 3 lid 2 van het deelnemersreglement.
De voorzieningenrechter heeft op 5 januari 2010 in dat geding uitspraak gedaan en het bestuursbesluit houdende invoering van artikel 3 lid 2 van het deelnemersreglement geschorst totdat de bodemrechter zal hebben beslist of dit besluit rechtsgeldig is, onder de voorwaarde dat eisers binnen vier weken na de vonnisdatum een bodemprocedure aanhangig gemaakt zouden hebben.
Eisers hebben binnen die termijn een bodemprocedure bij de rechtbank Rotterdam aanhangig gemaakt. Onlangs heeft de bodemrechter in die procedure vonnis gewezen en daarbij de vorderingen van eisers, om de besluiten tot wijziging van de artikelen 3 en 13 van het deelnemersreglement nietig te verklaren dan wel te vernietigen, afgewezen. Daarmee is aan de schorsing door de voorzieningenrechter een einde gekomen. 
Krachtens het nieuwe artikel 3 lid 2 van het deelnemersreglement komen voor het deelnemerschap niet in aanmerking ondernemingen die uitsluitend of in overwegende mate (zijnde 75% of meer van hun risicodragende omzet) als reisorganisator reisovereenkomsten in de zin van artikel 7:500 Burgerlijk Wetboek en vervoer- en/of verblijfovereenkomsten sluiten met bestemming Turkije.
Op grond van het gewijzigde artikel 13 lid 1 van het deelnemersreglement is het bestuur bevoegd om het deelnemerschap te beëindigen indien het bepaalde in artikel 3 lid 2 op een deelnemer van toepassing is of wordt.
De deelnemers waarop artikel 3 lid 2 van toepassing zou kunnen zijn ontvangen binnenkort separaat bericht.

Bestuur SGR